06-51521747 info@overheidsgedonder.nl

Belastingdienst, vorderaar, rechter en uitvoerder.

Overheidsgedonder Nieuws Belastingdienst, vorderaar, rechter en uitvoerder.
Belastingdienst, vorderaar, rechter en uitvoerder.

Nieuws

Belastingdienst, vorderaar, rechter en uitvoerder.

Posted By Kim Wittop-Koning

Tegen een afwijzing van een verzoek tot kwijtschelding of uitstel van betaling staat administratief beroep open bij de directeur van de belastingen. Als deze directeur je verzoek ongegrond verklaart dan kan je alleen nog naar de burgerlijk rechter.

Een zaak voeren bij de burgerlijke rechter kost vele malen meer dan een zaak voeren bij de bestuursrechter en alleen al om die reden kunnen veel inwoners die onterecht afgewezen worden voor kwijtschelding of uitstel van betaling hier niet over procederen.

In het geval van de belastingdienst komt er dus geen rechter aan te pas om te kijken of de besluiten wel op juiste gronden genomen zijn. Neem dit samen met
https://www.overheidsgedonder.nl/forum/viewtopic.php?f=47&t=138
35% van alle Nederlandse gemeenten, provincies en waterschappen maakt één of meer in november en december 2015 vastgestelde (belasting)verordeningen 2016 niet rechtsgeldig bekend.
en
https://www.overheidsgedonder.nl/forum/viewtopic.php?f=47&t=124
Mensen met een smalle beurs verliezen in meer en meer hoeken van het land een financiële tegemoetkoming: lokale overheden worden minder scheutig met het verlenen van belastingkwijtscheldingen.

en dan krijgt iedere Nederlander wel een vieze smaak in diens mond.

Pas in 2019 komt hier verandering in:
Let op!
Op basis van het voorstel Fiscale vereenvoudigingswet 2017 worden in de toekomst de bestuursrechter bij de rechtbank (in eerste aanleg), het gerechtshof (in hoger beroep) en de Hoge Raad (in cassatie) bevoegd ten aanzien van geschillen over uitstel en kwijtschelding van zowel belasting- als toeslagschulden. De streefdatum voor invoering van deze wijziging is 1 januari 2019.

Uitspraak

2 december 2016

nr. 16/03398

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 24 mei 2016, nr. BK-15/00993, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/2034) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV). De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.2.

Aan belanghebbende is een definitieve aanslag IB/PVV 2012 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.170. Daarbij zijn onder meer de bij de voorlopige aanslag verleende arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting gecorrigeerd. De aanslag resulteerde, na verrekening van de eerder opgelegde voorlopige aanslag, in een te betalen bedrag van € 4178.
2.3.

De Rechtbank en het Hof hebben het tegen de aanslag gerichte beroep en hoger beroep ongegrond verklaard.
2.4.

De Rechtbank heeft onder meer overwogen dat hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd niet tot kwijtschelding van de aanslag kan leiden. De Rechtbank wees er daarbij op dat zij ingevolge artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (hierna: de IW) in samenhang met artikel 7, lid 1, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (hierna: de Uitvoeringsregeling IW) niet bevoegd is op een verzoek tot kwijtschelding te beslissen en dat belanghebbende zich dienaangaande tot de ontvanger van de belastingen dient te wenden. Voorts heeft de Rechtbank overwogen dat tegen een afwijzende beschikking van de ontvanger op een verzoek tot kwijtschelding op grond van artikel 24 van de Uitvoeringsregeling IW zogenoemd administratief beroep openstaat bij de directeur van de belastingen en dat tegen ongegrondverklaring van dat beroep vervolgens geen beroep bij de bestuursrechter openstaat, meer in het bijzonder de belastingrechter, maar uitsluitend nog een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
2.5.

De Rechtbank is bij haar hiervoor onder 2.4 weergegeven oordeel uitgegaan van een juiste opvatting omtrent de bevoegdheid van de burgerlijke rechter ingeval van een afwijzende beslissing op een kwijtscheldingsverzoek als bedoeld in artikel 26 van de IW, afgezien van de – hier niet aan de orde zijnde – uitzonderingen bedoeld in artikel 1b, lid 2, van de Uitvoeringsregeling IW. Anders dan de Hoge Raad heeft overwogen in onderdeel 3.6 van zijn arrest van 12 augustus 2016, nr. 15/01496, ECLI:NL:HR:2016:1928, BNB 2016/220, geldt hetzelfde ten aanzien van beslissingen op een verzoek tot het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 25 van de IW.
2.6.

De tegen de uitspraak van het Hof gerichte klachten van belanghebbende kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, G. Snijders, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2016

Deel dit bericht:

Tagged

Comments are closed.